Home Energie-infrastructuur

Netcongestie

In grote delen van Overijssel heeft het elektriciteitsnetwerk te kampen met capaciteitsgebrek. Dit wordt veelal veroorzaakt door de sterke stijging van het aantal duurzame-energieprojecten de laatste jaren (met name zon-PV-projecten). Dit wordt transportschaarste of netcongestie genoemd. Tot nu toe hebben met name de elektriciteitproducenten, de invoeding,  hiermee te maken. Gezien de verwachte snelle groei van elektrische mobiliteit, de omschakeling van gas naar elektra bij bedrijven en de toenemende elektrificatie in woningen, zal ook het verkrijgen van aansluitcapaciteit (aan de afnamekant) problematisch worden. Netbeheerders hebben namelijk al aangegeven dat de groei in het elektriciteitsverbruik zo sterk zal zijn dat de hun uitbreidingscapaciteit dat de komende jaren niet bij zal kunnen benen. Doorlooptijden in de vergunningverlening, schaarste van personeel en materialen zijn daar deels de oorzaak van.

Wat gaan we daar aan doen?

Uiteraard is de eerste aanpak gericht op het minder belasten van het elektriciteitsnet. Daar zijn verschillende mogelijkheden voor. We kunnen daarbij denken aan:

  • energiebesparing. Alles wat je niet gebruikt hoeft ook niet door het net;
  • opslag van energie in batterijen. Daarmee kan op piekmomenten de vraag worden afgevlakt door gebruik te maken van de batterij die wordt geladen op momenten dat de vraag juist laag is;
  • Smart Energy Hubs (SEH). In SEH wordt op bedrijventerreinniveau vraag en aanbod, in volume en tijd, zoveel mogelijk bij elkaar gebracht. Daarnaast wordt ook gekeken naar andere modaliteiten. Dat wil zeggen omzettingen van bijvoorbeeld elektriciteit naar warmte (power-to-heat, in geval van een overschot aan elektriciteit) of power-to-gas (waterstof) en omgekeerd.

Wet- en regelgeving

Deels wordt het congestieprobleem veroorzaakt door wet- en regelgeving (er wordt ook weleens gesproken van ‘wet’congestie). Wat hiermee wordt bedoeld is dat de netbeheerders in de geliberaliseerde energiemarktaan strikte regels zijn gebonden. Zo moet altijd de maximale gecontracteerde capaciteit beschikbaar zijn terwijl veel contractanten (bedrijven) deze capaciteit nooit of zelden in z’n geheel benutten. Ook moet soms capaciteit worden gereserveerd voor projecten die (nog) niet over de benodigde vergunningen beschikken om te kunnen realiseren. Vanuit diverse kanten, maar ook vanuit de provincies, wordt actief gelobbyd om deze regelgeving zo snel mogelijk up-to-date maken.

Samen naar integraal programmeren (SNIP)

Onder deze noemer werken netbeheerders, RES-regio’s en de provincie al langer samen met als doel om de energietransitie en de energie-infrastructuur zoveel als mogelijk met elkaar in de pas te laten lopen. Dat heeft dus twee invalshoeken: kijk waar de infrastructuur moet worden opgewaardeerd om ruimtelijke ontwikkelingen (woningbouw, bedrijvigheid, elektrische-laadplaatsen) mogelijk te maken, maar ook omgekeerd: zorg dat bij de ruimtelijke ontwikkelingen ook rekening wordt gehouden met het optimaal benutten van de infrastructuur. Dus: realiseer de vraag bij het aanbod en zorg voor efficiënt gebruik van de capaciteit (bijvoorbeeld door het combineren van wind- en zonneparken op 1 aansluiting). Ook zijn we vanuit deze samenwerking gestart om in sprintsessies de aard en omvang van het vraagstuk in kaart te brengen en vooruit te kijken hoe we zo slim mogelijk handelen binnen de huidige schaarste.

Meerjarenprogramma Infrastructuur Energie en Klimaat – PMIEK

De energietransitie zal voorlopig grote uitdagingen blijven geven aan de energie-infrastructuur. Netbeheerders worden geacht de vraag en aanbod van energie te faciliteren. De kosten daarvoor worden gesocialiseerd (betalen we met z’n allen). Er ligt daarom ook een opgave voor provincie, gemeenten en sectoren (zoals bedrijvigheid, mobiliteit, woningbouw) om ruimtelijk te sturen in de ontwikkeling van vraag en aanbod om de kosten te minimaliseren. De provincies hebben daartoe een instrument in handen gekregen (PMIEK) waarmee de belangen van de genoemde sectoren ingebracht kunnen worden in de investeringsplannen van de netbeheerders. Op die manier kunnen we toewerken naar het energiesysteem van morgen.

 

Cluster Energie Strategie 6

In het Klimaatakkoord zijn afspraken gemaakt over verduurzaming van de industrie. Deels is dat gekoppeld aan de vijf grote industriële clusters in Nederland. Daarnaast is er een zesde cluster waarin alle energieintensieve bedrijven die niet in zo’n regionale cluster zitten aan bod komen. Daarin is nagedacht over de eisen die aan het energiesysteem en de infrastructuur moeten worden gesteld om ook de over het land verspreide bedrijven in staat te stellen de energietransitie te volgen en vorm te geven. Daarbij speelt de provincie een faciliterende rol.