Home Kennisplein Stroom is niet meer vanzelfsprekend

24 oktober 2023

Stroom is niet meer vanzelfsprekend

De snelle ontwikkelingen in de energietransitie zorgen ervoor dat de druk op de elektriciteitsnetwerken steeds verder toeneemt. De gevolgen hiervan zullen vaker merkbaarder worden in onze eigen huizen, zegt Rachel Marty, senior partner energietransitie bij Enexis Netbeheer. Bijvoorbeeld door zonnepanelen die afschakelen of zelfs warmtepompen die door storingen uitvallen. Tijdens de lunchsessie neemt Rachel ons mee in de problematiek rond het laagspanningsnet. Hoe is het laagspanningsnet opgebouwd? Welke problemen ontstaan er en wat zijn de gevolgen? Maar vooral: wat moet er gebeuren om de problemen op te lossen? 

Rachel opent met een blik op de energietransitie: niet alleen bij de grote bedrijven, maar ook in de gebouwde omgeving gebeurt heel veel. We gaan van het gas af, krijgen meer zonnepanelen op daken, stappen over op hybride of elektrische warmtepompen en er komen steeds meer elektrische auto’s in de straat. Al deze ontwikkelingen ‘landen’ op het laagspanningsnet.

Bron: Netbeheer Nederland. Deze weergave laat zien dat alle netten met elkaar verbonden zijn: met behulp van transformatoren wordt hoogspanning omgezet in middenspanning en vervolgens in laagspanning. Het deel van het elektriciteitsnetwerk dat stroom levert aan huizen en kleine gebruikers noemen we het laagspanningsnet.

 

Het net raakt vol, ook in de wijk

Rachel legt drie problemen bloot die door de ontwikkelingen in de gebouwde omgeving in het laagspanningsnet ontstaan:

Overspanning. Nu daken vol liggen met zonnepanelen die allemaal tegelijkertijd energie opwekken, loopt op piekmomenten – zoals Rachel het noemt – de spanning in straten letterlijk te hoog op. Dit komt al regelmatig voor in het laagspanningsnet. “De berichten over zonnepanelen die uitvallen horen we steeds vaker: ze schakelen zichzelf uit om het net te beschermen.”

Onderspanning. Wanneer steeds meer mensen elektrisch rijden en na het werk hun elektrische auto’s allemaal tegelijkertijd willen opladen, wordt de vraag te groot en de spanning te laag. Mensen kunnen merken dat de lampen in huis gaan knipperen en Rachel legt uit dat gevolgen nóg vervelender kunnen zijn als ook laadpalen en warmtepompen uitvallen op koude dagen.

Capaciteitstekort. De huidige capaciteit van de kabels kan de elektriciteitsvraag niet aan. Kabels zullen doorbranden of netcomponenten zetten zichzelf ter bescherming uit. De gevolgen zijn hier nog groter omdat in beide gevallen alle gebruikers die verbonden zijn met dat specifieke component, zonder stroom zitten totdat een monteur het probleem oplost.

Aantal storingen en stroomuitval zal toenemen

Wat betekent dit voor Nederland? Rachel is hier helder over: “Stroom is niet meer vanzelfsprekend.” Voorheen waren we gewend aan het idee dat stroom altijd beschikbaar is en dat bedrijven moeiteloos kunnen worden aangesloten op het net, ook wel bekend als het ‘koperen plaat principe’. Dit denkbeeld past niet langer in deze tijd. Als we het laagspanningsnetwerk niet snel uitbreiden, waarschuwt Rachel dat naar schatting in 2030 ongeveer 750.000 mensen te maken zullen krijgen met storingen die resulteren in stroomuitval.

 

Hoe lossen we dit op?          

Dat er problemen op ons afkomen, is onvermijdelijk. Toch zegt Rachel dat er manieren zijn om de impact zoveel mogelijk te beperken. Een van de belangrijkste omvat het verzwaren van het laagspanningsnet door extra kabels te installeren, oude te versterken en meer transformatorstations te bouwen. Rachel wijst ook op het belang van slimmer omgaan met het opwekken en gebruiken van stroom. Bijvoorbeeld met zonnepanelen die tijdens piekmomenten op maximaal 50% van hun capaciteit de stroom opwekken. Hierdoor kunnen we blijven opwekken terwijl de piekbelasting wordt verminderd. Bovendien legt Rachel de noodzaak uit om de impact van de problemen te verdelen. Gemeenten moeten prioriteiten stellen en programma’s opstellen om te bepalen welke wijken als eerste zouden moeten worden aangepakt.

Samenwerking is ‘key’

Tot slot spreekt Rachel over een nieuwe werkvorm om het bouwproces daadwerkelijk te versnellen: de wijkgerichte aanpak. Dankzij data-gestuurde informatie worden knelpunten vastgesteld en wordt bepaald welke wijk prioriteit krijgt. Vervolgens wordt de gehele wijk in één keer aangepakt, inclusief onderdelen die op dat moment wellicht niet dringend zijn, maar naar verwachting in de toekomst wel aangepakt zullen moeten worden. Ook wordt in één keer verzwaard zodat het elektriciteitsnet alle zonnepanelen, warmtepompen en elektrische auto’s die er de komende jaren nog bij komen ook aankan.  Momenteel wordt er alleen ad hoc en verspreid door de gemeente gewerkt, wat wel problemen oplost, maar niet zorgt voor de versnelling die nu noodzakelijk is, legt Rachel uit. De proactieve en gebiedsgerichte aanpak is een nieuwe werkstroom die naast de bestaande werkstromen van Enexis komt te staan, zodat eventuele problemen die zich voordoen in andere wijken alsnog aanpakt kunnen worden. Gemeenten zijn volgens Rachel cruciaal bij de verbouwing van het net, maar ook woningcorporaties, bewoners, netbeheerders, ondernemers en installateurs hebben een rol te vervullen. Afstemming en coördinatie is superbelangrijk om dubbel werk te voorkomen. Alleen door echt samen te werken, kunnen we bouwen aan een duurzamere en efficiëntere toekomst. Rachel is duidelijk in haar afsluitende boodschap: “We hebben allemaal een rol te vervullen.”

 

Zien we je bij de volgende Lunchen met Nieuwe Energie? Deze gaat over FIXbrigades!