Home Actueel Laurens de Lange: “Meten is weten. Daarmee help je mensen echt!”

Laurens de Lange: “Meten is weten. Daarmee help je mensen echt!”

Hoe zijn ondernemers de koude dagen met hoge energieprijzen doorgekomen? Wat hebben ze nodig om zich voor te bereiden op de komende winter? En hoe kan de provincie daarbij helpen? We spraken Laurens de Lange, voorzitter van werkgeversorganisatie VNO-NCW Overijssel, over het belang van routekaarten, meetkoffers en het collectief verduurzamen van bedrijventerreinen.

 

De energieprijzen zijn de pan uitgerezen. Hoe zijn ondernemers de winter doorgekomen?

“We hadden met z’n allen natuurlijk een enorm doembeeld voor ogen, dat is gelukkig niet ontstaan. Maar de energieprijzen zijn wel aanmerkelijk hoger. Ondernemers zullen dus voor een deel minder marge hebben en voor een deel hogere prijzen berekenen. Dat is een deel van de inflatie die je nu ziet.”

“Maar er is zéker energiearmoede. Naast de energieprijzen zijn ook de materiaalprijzen en arbeidskosten gestegen. De energieprijzen hebben deels die andere twee in gang gezet. Energie heeft zo een veel prominentere rol gekregen in de agenda van ondernemers. Enerzijds vanwege de noodzaak van besparing, anderzijds omdat bedrijven met netcongestie in hun maag zitten. Als ze wat willen doen, stuiten ze op niet-beschikbare netcapaciteit en onduidelijkheid over de vraag wanneer die capaciteit er komt.”

Moet er nog veel verduurzaamd worden door ondernemers?

“Er moet nog heel veel gebeuren, zowel qua energie als materiaalgebruik. Er zijn een paar koplopers in Overijssel, heel grote bedrijven die zelf wel bewegen, die hebben vaak ook eigen energiemanagers in dienst. Hoe kleiner het bedrijf, hoe minder ver ze zijn. Het belang van energie is ook kleiner voor het mkb. Voor een gemiddeld mkb-bedrijf met een kantoor bestaan de kosten voor grofweg 90% uit personeel, een kleine 10% huisvesting en andere lasten, en maar 1% is energie, althans voordat de prijzen stegen. In kantoren valt niet het meeste te winnen.”

“Wél veel te winnen valt er op bedrijventerreinen. Daar wordt de meeste energie verbruikt. Ik ben al vijf jaar bezig om de collectiviteit op die terreinen te benutten om groepsgewijs verduurzaming te laten plaatsvinden. De provincie is daar ook mee bezig.”

De provincie organiseert inderdaad onder andere sprintsessies om een kickstart te geven aan het collectief verduurzamen van bedrijventerreinen.

“Sprintsessies zijn een eerste goede stap, maar de echte uitdaging is om organiserend vermogen toe te voegen. Het is goed om mensen enthousiast te maken, maar er moet een stap na komen, een gebiedsregisseur. Bedrijventerreinen moeten toekomstbestendig worden, en dat gaat om meer dan alleen verduurzaming. Dat kun je ook ontzettend leuk maken! Hoe gaaf zou het zijn om over tien jaar een heel mooi bedrijventerrein te hebben, vol maatregelen voor klimaatadaptatie, waarbij je meteen de mobiliteit aanpakt. Maar je hebt een routeplan nodig voor de komende drie tot tien jaar. Ook de netbeheerders krijgen dan een idee van wat er moet gebeuren.”

Provincie Overijssel heeft een aantal regelingen om energiearmoede bij ondernemers te bestrijden. Een voorbeeld daarvan zijn de meetkoffers die we uitlenen aan grootverbruikers van elektriciteit.

“Dat is super! Daarmee help je mensen echt. Die koffers geven inzicht in jezelf, wat je zelf kunt doen. Vroeger werkte ik bij Unica, daar hadden we een grote telecompartij als klant met driehonderd locaties. We hebben alle locaties doorgemeten, en als je ze naast elkaar legde zag je de pieken eruit komen. Daar kun je dan wat mee.”

“We hebben al die locaties toen een schakelaar gegeven: zodra je de deur op slot draaide, ging alles uit wat je niet nodig had. Een klein stukje techniek, maar een enorme besparing. Heel simpel, en de mensen hoefden zelf niks te doen. Die hoef je dus niet te overtuigen. En als mensen resultaat zien, worden ze nog enthousiaster om nog meer te doen.”

Wat hebben bedrijven nodig?

“Duurzaamheidsplannen moet je in stukjes knippen: maak een routekaart per partij. Autodealers bijvoorbeeld hebben veel verlichting. Ledverlichting kan voor hen een grote besparing zijn. Maar zwembaden hebben verwarming als grote besparingsmogelijkheid. Maak het concreet, met een stappenplan.”

“En ga onder bedrijven hun problematiek ophalen, en plak daar een regeling op. Niet eerst regelingen maken en hopen dat het werkt. Dat gebeurt ook al hoor, bijvoorbeeld in Think East, een programma van Overijssel en Gelderland samen, ter stimulering van innovatie en verduurzaming. VNO-NCW is ook samen met de provincies bezig om Europacafés te organiseren voor partijen die willen internationaliseren en innoveren. Zo kijken we wat de ambities van partijen zijn en hoe we ze kunnen ondersteunen. Overijssel staat in vergelijking met veel andere provincies meer open voor die gezamenlijke aanpak.”

De provincie helpt ondernemers investeren in duurzaamheid, bijvoorbeeld met de ‘geld terug actie’, de duurzaamheidslening en de subsidie Energiebesparing Overijssel 2.0. Hebben ondernemers daar wat aan?

“Heel weinig bedrijven hebben níet door dat ze moeten verduurzamen om over tien jaar nog te bestaan. Bedrijven zijn dus wel bereid om te investeren: om te besparen, maar ook om überhaupt in business te kunnen blijven.”

“Het punt met subsidies is: je kunt ze ook níet krijgen. Subsidies maken dus niet per se onderdeel uit van investeringsbeslissingen. Ondernemers willen zekerheid vooraf. Als subsidieverstrekker kun je ook werken met garantstellingen: als het tegenvalt, dempen wij het verlies. Stel dat van de drie bedrijven één die hulp nodig heeft, dan kun je uiteindelijk veel meer ondernemers helpen.”

Overijssel energieneutraal in 2050… gaat het lukken?

“We moeten gewoon op weg gaan en onderweg leren. Neem bijvoorbeeld de Human Capital Agenda regio Zwolle. We zijn gewoon begonnen, terwijl we maar 30% wisten van wat we nu weten, en we hebben bewust steeds geleerd en onszelf verbeterd. Steeds kijken: werkt dit, wat kan beter?”

“Gaan we 2050 halen, dat weet ik niet, maar een lerende aanpak met mensen dicht op het vuur en ruimte om uit te proberen, is wel onze beste kans om het te doen. Dan zien we in 2050 wel hoe ver we zijn. Ik geloof meer in doelstellingen op de korte termijn. Kunnen we morgen beginnen? Dat heb ik liever.”