Home Kennisplein Succesvol slotsymposium RETSI: koppelkansen in de energietransitie

Succesvol slotsymposium RETSI: koppelkansen in de energietransitie

In het RETSI project is de afgelopen twee jaar onderzoek gedaan naar vragen als: Waar liggen de kansen om te integreren, welke factoren hebben invloed op integratie en hoe kunnen lokale en regionale overheden en bedrijven deze kansen benutten?

Tijdens het slotsymposium, op maandagmiddag 13 juni, werden de resultaten van het onderzoeksproject RETSI met ruim 80 deelnemers gedeeld. Het RETSI-project maakt deel uit van een onderzoeksprogramma naar de maatschappelijke aspecten van de regionale energietransitie (MARET). Het programma is een initiatief van de Nederlandse organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO), het Nationaal programma Regionale Energietransitie (NP RES) en de provincies Groningen, Noord-Brabant, Overijssel, Zeeland en Zuid-Holland. In RETSI werken onderzoekers van de Universiteit Twente samen met Overijsselse partners. Eind juli zal RETSI als eerste van de zes MARET-projecten afgerond worden.

 

In de plenaire start gaven Gábor Oolthuis, programmadirecteur Nieuwe Energie Overijssel, en Daan Olthoff, programmasecretaris NWO, een inkijkje in het belang en het ontstaan van onderzoeksprogramma’s zoals MARET. André Dorée, hoogleraar bij de afdeling Civiele Techniek en Management, legde daarna uit waarom het MARET-programma goed aansluit bij het onderwijs- en onderzoeksprogramma van deze afdeling. Nadat projectleider Joanne Vinke-de Kruijf het doel en de onderzoekaanpak had toegelicht, gaven onderzoekers Lara Wöhler, Maarten Arentsen en Cheryl de Boer een toelichting op hoe ze in drie deelprojecten tot handelingsperspectieven waren gekomen voor de praktijk.

Parallelsessies

In drie sessies gingen de deelnemers daarna uit elkaar om over hun gekozen onderwerp verder met elkaar in gesprek te gaan. In de sessie stedelijk gebied werd duidelijk dat koppelkansen in woonwijken en op bedrijventerreinen met name betrekking hebben op het koppelen van de warmtetransitie met klimaatadaptatie, biodiversiteit, vernieuwing van infrastructuur en sociaaleconomische uitdagingen. Slechts in één van de vier bestudeerde projecten kwam een integrale benadering ook daadwerkelijk tot stand. In de andere projecten werd de potentie wel gezien maar had men verschillende beelden van integratie of bleek een integrale benadering lastig uitvoerbaar. Onderzoeker Lara Wöhler liet zien op welke manieren beleid en subsidies maar ook samenwerking een integrale benadering tegenwerkt of juist kan versterken. Haar onderzoek laat het belang zien van eerst samen bepalen hoe integraal je het wilt hebben om daar vervolgens het proces op aan te passen.

 

In de sessie over de koppelkansen voor het landelijk gebied bleek dat er veel potentie is om de energietransitie te combineren met de productie van biogas en biomassa. Biogas uit mestvergisting kan bijdragen aan reductie van CO2 en  stikstof. Onderzoekers Maarten Arentsen en Elena Bakhanova laten zien dat partijen goed samenwerken maar alleen in individuele projecten. De business case is lastig omdat maatschappelijke baten niet te gelde kunnen worden gemaakt. Dit en betere samenwerking en communicatie met andere partijen zijn nodig om mestvergisting tot een succes te maken. In veenweidegebieden is de productie van biomassa als warmtebron veelbelovend. De onderzoekers roepen lokale en regionale overheden op om dit soort win-win initiatieven meer te stimuleren en te faciliteren.

 

Een kleine groep deelnemers kreeg een inkijk in het deelonderzoek naar instrumenten en ging aan de slag met de door het ITC ontworpen interactieve tafels. Een belangrijke conclusie uit het onderzoek naar instrumenten is dat niet de technologie maar het probleem leidend moet zijn. In het geval van een integrale benadering is er een groot tekort aan instrumenten die het groepsproces om tot een gebeeld beeld van het probleem te komen te ondersteunen. De boodschap van onderzoekers Moozhan Shakeri, Cheryl de Boer en Johannes Flacke is dat het proces om een geschikt instrument te ontwikkelen meer aandacht behoeft.

Reflectie met panelgesprek

De middag werd afgesloten met een panelgesprek. Vijf experts met verschillende rollen die allemaal actief zijn in de energietransitie in Overijssel reflecteerden op de bezochte sessies. Als uitsmijter mocht elk van hun een ‘take away’ meegeven:

  • “Je moet maatschappelijke opgaven samen oppakken.”
  • “Een onafhankelijk procesregisseur is in een integraal project onmisbaar.”
  • “Instrumenten helpen partijen om nader tot elkaar te komen.”
  • “Een integrale benadering is nodig dus laten we ophouden met dooddoeners zoals ‘maak het groot, dan bloedt het dood’.”
  • “Er is niets mis met pilotprojecten als ze maar ingebed zijn in brede programma’s. Kijk niet alleen naar belangen maar ook naar investeringsbereidheid van partijen en hoe dit zich ontwikkeld door de tijd heen.”

 

Hiermee kwam een succesvolle middag aan het eind. De resultaten staan gebundeld op de website van Nieuwe Energie Overijssel. Medio juli zal hier ook het complete eindverslag te vinden zijn.