Home Actueel Gemeentelijk windenergiebeleid ontwikkelen: durf vooral te vragen

Gemeentelijk windenergiebeleid ontwikkelen: durf vooral te vragen

In sommige gemeenten gaat één ambtenaar over alles wat met duurzaamheid te maken heeft. Van laadpaal tot woningisolatie en gescheiden afval. Logisch dat hij of zij de ontwikkeling van windbeleid met lichte paniek op zich af ziet komen. Want waar begin je? “De Windwijzer is een goed startpunt,” zegt Matthijs Oppenhuizen van Pure Energie.

 

De Windwijzer is een handreiking waarin de provincie jou als gemeente handvatten geeft om een windproject tot een succes te brengen. Matthijs Oppenhuizen werkte mee aan de totstandkoming van de Windwijzer, vanuit het perspectief van de ontwikkelaar. Als omgevingsmanager bij energiebedrijf Pure Energie heeft hij veel ervaring met plannen en participatietrajecten voor windenergie.

Bestuurlijke moed nodig

Zelf maakte Matthijs jaren geleden de overstap vanuit de journalistiek. Uit pure overtuiging: hij wil concreet bijdragen aan de opwek van meer duurzame energie. “Samen met andere betrokkenen in de samenleving, van lokale overheden tot individuele initiatiefnemers. Om iets te bereiken is een gezamenlijke stip aan de horizon een must. En dat zijn de klimaatdoelstellingen.”

“Zeker, er zijn veel beren op de weg, maar door te zoeken naar wat wél kan in plaats van wat niet kun je daar omheen werken. Dat vraagt tijd en de wil om je erin te verdiepen. Van gemeenten vraagt het vooral bestuurlijke moed. Je kunt niet wachten tot inwoners volledig zelf het initiatief nemen; voor de meesten is de ontwikkeling van windenergie onbekend en ingewikkeld terrein. Bestuurlijke moed betekent dat gemeenten hun aandeel in de energietransitie actief oppakken en vertalen naar een realistisch energiebeleid. Zodat initiatiefnemers met een plan aan de slag kunnen.”

Bereid je grondig voor

In de praktijk kan het opstellen van een werkbaar (wind)energiebeleid voor gemeenten een flinke uitdaging zijn, zeker als er sprake is van beperkte capaciteit, kennis of expertise. Matthijs: “Zo wordt er soms vooraf geen technische scan gedaan. Dat resulteert in beleid met onrealistische regels rond landschappelijke eisen, hoogtebeperkingen of opstellingscriteria. Voor windturbines gelden sowieso al veel beperkingen waarmee je rekening moet houden, zoals afstand tot woningen, natuur en laagvliegroutes. Aanvullende eisen voor een cluster of opstelling zijn dan vaak bij voorbaat technisch onmogelijk. Dergelijk niet goed voorbereid beleid leidt tot frustraties bij initiatiefnemers en onrust bij inwoners. Een gemiste kans.”

 

Lokaal eigendom als participatiemiddel

Gemeentelijk energiebeleid omvat naast harde factoren (lokale schone-energiepercentages, afmetingen, aantallen) ook vaak zachte factoren. Een voorbeeld hiervan is het streven naar 50% lokaal eigendom. “Dat is prima, maar middel en doel worden wel regelmatig door elkaar gehaald. Lokaal eigendom is een goed middel dat kan bijdragen aan een betere acceptatie door de omgeving, maar er zijn meer factoren die bepalen of iemand zich kan neerleggen bij de komst van een windpark.”

“Daarnaast moet de omgeving het initiatief én het risico nemen voor eigenaarschap,” gaat Matthijs verder. “Zo zijn er gemeenten die verwachten dat partijen zoals wij 50% van de opbrengst aan de omgeving geven. Dat is niet hoe het in het Klimaatakkoord is afgesproken: gedeeld eigendom betekent dat alle partijen het samen doen. Dat pakt positief uit voor de betrokkenheid bij een project. Zo zien we soms dat een deelnemende omwonende ons belt als er een molen stilstaat: ‘Zeg, hij draait niet, wat is er aan de hand, het waait juist zo lekker!’”

“Samen optrekken is een cruciale succesfactor in de ontwikkelfase, maar kan ook in de exploitatiefase op veel waardering rekenen. Na de ingebruikname van de Veenwieken in Ommen en Hardenberg organiseerden we een buurtborrel en bezichtiging voor omwonenden en belangstellenden. Die overtrof qua animo alle verwachtingen, we werden bijna overlopen.”

Durf te vragen

Terug naar die ene ambtenaar naar wie iedereen verwachtingsvol kijkt voor een goed windenergiebeleid. Wat adviseert Matthijs hem of haar? “Houd de stip aan de horizon altijd in gedachten: hoe kan en wil jouw gemeente bijdragen aan de klimaatdoelstellingen? Verdiep je goed in de materie en de processen. Vergroot je kennis door gebruik te maken van de expertise van anderen. Kijk of je kunt samenwerken met buurgemeenten die voor dezelfde uitdaging staan, en wees ook niet bang om gebruik te maken van de expertise en ervaring van ontwikkelaars en andere marktpartijen. Iedereen is gebaat bij helder en realistisch beleid. Zo vermijd je slepende trajecten voor onhaalbare plannen, met alle frustraties en onrust die daarmee gepaard gaan.”

Matthijs Oppenhuizen is omgevingsmanager bij Pure Energie, een duurzaam energiebedrijf gevestigd in Enschede. In de afgelopen 25 jaar heeft Pure Energie meer dan 150 windmolens gerealiseerd, waarbij vaak wordt samengewerkt met lokale initiatiefnemers zoals een energiecoöperatie. Pure Energie ondersteunt ook beleidsmakers die werken aan beleidsontwikkeling voor energie of te maken krijgen met lokale initiatieven voor groene energie.