Home Kennisplein Hoe krijg je mensen in beweging bij de energietransitie?

Hoe krijg je mensen in beweging bij de energietransitie?

Bij het opstellen en uitvoeren van energieplannen in dorpen en wijken kom je ze regelmatig tegen: boze, cynische en ontkennende bewoners. Dat is ontzettend lastig, zeker als de opdracht is een aardgasvrije wijk te realiseren samen met diezelfde bewoners. In dit artikel gaat het Expertiseteam Aardgasvrije Wijken in op de psychologische achtergronden van de boosheid en ontkenning én beschrijft de mechanismen om mensen in beweging te krijgen.

De (psycho)logica van boze mensen

Voordat je kunt beginnen met het in beweging brengen van bewoners, heb je eerst nog iets anders te doen. Het is namelijk van belang dat je voorbij de boosheid, ontkenning en frustratie van de bewoners kunt kijken. Ga niet zozeer in op hun gemoedstoestand, maar reageer op waar die gemoedstoestand vandaan komt.

Rouwproces

Hoe lastig het ook is, het is volstrekt (psycho)logisch dat mensen ontkennen, boos en cynisch zijn. Deze emotionele reacties horen namelijk bij een ‘rouw’proces. Psychiater Elisabeth Kübler-Ross bracht als eerste de emotionele reacties tijdens het proces van rouwverwerking in kaart. Die rouwcurve is ook van toepassing bij mensen die een negatieve verandering op ander vlak ondergaan, bijvoorbeeld in hun werkende leven. We vermoeden dat het ook geldt voor maatschappelijke transitieprocessen zoals de energietransitie. Immers, we moeten afscheid nemen van aardgas, oude diesels, et cetera en alle gemakken die daarbij horen, zoals lage kosten en snel verwarmde huizen. In de reacties van de verschillende mensen tijdens bewonersavonden herkennen we ook de verschillende fasen in ‘rouwprocessen’.

De functie van de emoties

Bij het afscheid nemen van – bijvoorbeeld – aardgas, doorlopen mensen dus verschillende fasen. Die lopen van:

  1. schok en verwarring
  2. ontkennen
  3. via boosheid naar onderhandelen
  4. daarna naar het opgeven van het verzet
  5. het starten van experimenten
  6. en uiteindelijk acceptatie.

Mensen doorlopen deze fasen niet achtereenvolgens, maar ze gaan vaak afwisselend van de ene fase in de andere en dan weer terug. Hoe ga je nu om met al deze, soms best heftige, emoties? Allereerst is het goed om te weten dat die emoties een functie hebben. We bespreken de belangrijkste kort en geven ook tips hoe je hier het beste mee om kunt gaan.

Ontkenning

Na de eerste schok is er de fase van ontkenning. Bij ontkennen negeren mensen informatie (on)bewust om het slechte nieuws op afstand te houden. Mensen denken in deze fase vaak dat de verandering wel weer over zal waaien! De reden van dit gedrag is dat het een natuurlijke vorm van zelfbescherming is. In situaties van ontkenning kun je het beste de boodschap rustig blijven herhalen en aangeven dat dit de realiteit is. Maak het onmogelijk om het te negeren.

Boosheid

Bij boosheid zijn de emotionele reacties nooit persoonlijk bedoeld. Het is een natuurlijke reactie op een verandering waarin de ‘pijn’ van het verlies ligt, zoals het niet meer kunnen mogen koken op aardgas. Als mensen boos zijn om wat ze kwijtraken kun je het beste luisteren en nog eens luisteren. Het is namelijk niet effectief om de emotionele reactie met rationele argumenten te beantwoorden. Mensen een uitlaatklep geven en duidelijk maken dat de negatieve geluiden gehoord worden, is genoeg.

Onderhandelen

Als mensen gaan onderhandelen, is het stadium van boosheid voorbij en gaan zij langzaamaan nadenken over hoe ze er het beste van kunnen maken. In deze fase is hoop, bijvoorbeeld op herstel, terugkeer naar het oude, zoals aardgas, een grote drijfveer. In deze fase is het mogelijk om in gesprek te gaan over het zo aanvaardbaar mogelijk maken van de nieuwe werkelijkheid. Wijs mensen op de keuzemogelijkheden en geef handelingsperspectief hoe ze bij kunnen dragen aan de energietransitie.

Kleine experimenten

Na het opgeven van het verzet, dat soms gepaard met een passieve houding, accepteren mensen uiteindelijk de nieuwe status quo en integreren ze het in de normale manier van leven. Het is tijd om aan de slag te gaan met kleine experimenten. Als de eerste kleine, concrete resultaten zijn behaald, bijvoorbeeld een geslaagde inkoopactie van isolatiemaatregelen, maak er dan een feestje van.

Hersentrucs bij campagnes

Een goede gedragscampagne opzetten is een vak apart. Bij een goede opzet komt gedegen psychologische kennis kijken (zie ook de bronnen aan het einde van dit artikel). We geven enkele tips, zonder volledig te willen zijn. Er zijn immers zo’n 150 tot 200 technieken om in te zetten bij een campagne.

Impact is niet hetzelfde als het gewenste effect

Impact hebben met een campagne is niet hetzelfde als het gewenste effect bereiken. Als je niet oplet, sla je zo de plank mis. Waar moet je op letten bij de opzet van een campagne?

  1. Luisteren.
    Meer kennis leidt niet tot het gewenste gedrag. Gebrek aan informatie speelt maar een zeer kleine rol speelt in het uiteindelijke gedrag. We hebben het hierboven al benoemd; de juiste informatie wordt lang niet altijd geaccepteerd en wanneer de informatie wel wordt geaccepteerd, dat niet automatisch tot het gewenste gedrag leidt. Afhankelijk van de fase waar mensen zich in bevinden, zul je vooral moeten luisteren naar hun grieven, voordat je iets zelf kunt vertellen.
  2. Gemak dient de mens.
    Mensen kiezen vaak voor gemak. Ze nemen het liefste de makkelijkste weg. De overbekende olifanten paadjes. Nudging, oftewel de omgeving zodanig aanpassen dat het gewenste gedrag als vanzelf ‘ontstaat’, speelt hier op in. Een voorbeeld van nudging is het plaatsen van strepen op 1,5 meter, waardoor mensen, als vanzelf (zonder tekst), op de juiste afstand van elkaar blijven staan in de rij. Een andere manier om het gemak te dienen is via ‘keuze-architectuur’. Bijvoorbeeld het bieden van een opt-out mogelijkheid: actief iets doen om er uit te komen, zoals het geval is bij het donorregister.
  3. Erkenning en zelfovertuiging.
    Door allereerst te luisteren erken je weerstand en scepticisme. Dat verhoogt de kans met 50% dat veranderend gedrag gaat ontstaan. Tegenstanders voelen zich immers erkend en gaan eerder mee. Als je vervolgens tijdens een bijeenkomst een cynisch of kritisch persoon aanspreekt op zijn of haar expertise, maak je gebruik van wat ‘alter casting’ heet en geef je ze autonomie. Via ‘zelfovertuiging’ kun je de weerstand (‘Ja,maar..’) tegen iets wat van buitenaf wordt opgelegd (‘Ik moet helemaal niets’) omzeilen. De kunst is dan om te zorgen dat de beweging, soms via een omweg, uit mensen zelf komt.

 Contactpersoon bij Nieuwe Energie Overijssel

Voor informatie over Aardgasvrije Wijken kunt u terecht bij het Expertiseteam van Nieuwe Energie Overijssel: Oscar Jansen, Adviseur aardgasvrije wijken
Telefoon: 06 – 174 14 947
E-mail: o.jansen@overijssel.nl

Meer informatie en inspiratie over weerstand bij de energietransitie